dinsdag 29 mei 2012

Het S-woord.


Structuur. Ik kan het woord bijna niet meer horen. Het wordt ZO vaak gepresenteerd als het ultieme hulpmiddel voor autistische kinderen. Het is een beeld dat heel algemeen aan het worden is. Als ik vertel dat Pelle autistisch is, dan is de reactie vaak  “Oh, ze hebben veel structuur nodig hè?”. Nee. Kinderen als Pelle hebben veel liefde en aandacht nodig, net als elk ander kind. Meer geduld en meer tijd. Als ze bang zijn, dan hebben ze controle nodig over hun situatie. Als ze boos zijn begrip voor hun emoties en een onderzoekende geest naar de oorzaak van die boosheid.
Sommige autistische kinderen zullen erg gebaat zijn met veel voorspelbaarheid in hun omgeving, dat zal ik niet ontkennen. Maar laat het een fase zijn, en een middel, geen panacee voor elk autistisch kind.
Wat Pelle nodig heeft, is de ruimte om te zijn wie hij is, binnen zekere grenzen. Die grenzen stellen Mark en ik, als zijn opvoeders. Maar grenzen zijn niet hetzelfde als structuur. Ik wil Pelle juist leren om flexibel te worden en speels. Daarbij helpt een keurslijf van strakke orde helemaal niet. En bovendien is Pelle goed in staat om zelf structuur aan te brengen. Hij wist op de kleuterschool al heel snel de dagen van de week, bijvoorbeeld. Dat hielp hem om de boel overzichtelijk te houden.

Wat ik soms merk, is dat hulpverleners te snel met oplossingen aan komen zetten zonder echt goed naar het kind te kijken. Ze zien snel en veel autistisch gedrag, of kaderen het gedrag in als zijnde typisch autistisch, maar ze zien veel minder het hele kind. Ze komen snel met suggesties om de omgeving aan te passen, maar veel minder met ideeën over hoe je je kind in zijn ontwikkeling kunt ondersteunen. Soms gaan ze er van uit dat je kind alleen maar meer problemen zal krijgen bij het ouder worden. “Dat wordt alleen maar erger”, zei een logopediste laatst, toen ik vertelde dat Pelle moeite heeft om een reeks aanwijzingen op te volgen. Gelukkig zijn er ook mensen die een meer holistische kijk hebben, en een positievere. Die begrijpen wat ik wil voor hem. En wat ik niet wil. Ik wil geen statische omgeving en geen statische opvoeding. Daarin lopen hij en ik vast. Voor Pelle wil ik veiligheid en geborgenheid. Een dagelijks ritme en liefdevolle mensen om hem heen. En de stimulans die hij nodig heeft om verder te groeien. Omdat het een jongetje is met meer uitdagingen dan een gemiddeld kind, heeft hij ook meer stimulans nodig. Meer aandacht en meer zorg. Zorg op maat. Dat vergt een scherp oog voor waar hij staat, op dit moment. Dat vergt een creatieve en open geest. En zeker geen standaardoplossingen.


1 opmerking:

  1. Je verwoord precies!! hoe ik er naar kijk en wat mijn ervaring is.
    Vanaf het moment dat we 'het traject' in gingen met Sinne, hebben de hulpverleners ons overspoeld met standaard methodieken, standaard oplossingen en vooral een opsomming van alle onmogelijkheden en beperkingen. Onder het mom van psycho-educatie kregen wij een blauwdruk die wel over ons kind konden leggen, een blauwdruk wat alles zou verklaren en wat ons zou helpen om de beperkingen te overzien.
    Het staat me zo tegen, het druist zo in tegen mijn beeld van Sinne, mijn wens voor zijn ontwikkeling en toekomst, mijn manier van omgaan met zijn persoon.

    Sinne kon idd ook vrij snel heel goed zelf structuur aanbrengen, en daar waar we kunnen helpen we hem die vaardigheid te vergroten.

    Bedankt voor je stuk!

    BeantwoordenVerwijderen