zaterdag 11 oktober 2014

Kretologie.

Minister Bussemaker was deze week op bezoek in Leeuwarden, bij de Hogeschool. Ze deed een oproep aan de studenten. Het zou volgens haar goed zijn als die wat rebelser worden. Het is een illustratie van de kretologie die politici af en toe formuleren en waar ik me enorm aan erger.
Als je iets van mensen wilt, bijvoorbeeld een mentaliteitsverandering, dan zal je er ook voor moeten zorgen dat je de voorwaarden schept waardoor ze in staat zijn die verandering te maken. Hoe kun je van studenten verwachten dat ze dwars en weerspannig worden als je tegelijkertijd van ze vraagt om al op hele jonge leeftijd keuzes te maken waaraan ze later nauwelijks meer kunt ontsnappen? Omdat ze dan grote problemen krijgen met studiefinanciering, bijvoorbeeld.
Het hoger onderwijs is helemaal niet is toegesneden op eigenzinnige denkers, maar op het verwerken van grote massa’s. Als docent in zo’n organisatie word je op jouw beurt slecht gefaciliteerd als je echt iets anders en iets nieuws wilt, want je moet mee in het beleid van de school, dat gericht is op grootse perspectieven als internationalisering en competentiegericht onderwijs.  Ook zo’n voorbeeld van wel een visie hebben maar de mensen die het uit moeten voeren niet de tijd en de instrumenten daarvoor in handen geven. Een recept voor veel frustratie, is mijn eigen ervaring. 
Bussemaker is niet alleen. Haar collega’s hebben ook allerhande meningen en visies waar ze geen handen en voeten aan geven. Denk maar aan de term participatiemaatschappij. Het klinkt zo idealistisch: we moeten meer voor elkaar gaan zorgen. We moeten betere burgers worden die zich meer gaan bekommeren om onze medemens. Maar als je zoiets wilt, als overheid, dan zal je ook grondig moeten gaan nadenken over hoe je het zorgen voor de ander echt waardevol maakt. Dan laat je goede hulpverleners die weloverwogen hebben gekozen om als zelfstandige te werken, niet worstelen met de belastingdienst. Dan ondersteun je ook organisaties die ouders faciliteren, zoals Horison, die klein zijn maar ontzettend toegewijd. Dan laat je zien dat je respect hebt voor de belangrijkste mantelzorgers: ouders van gehandicapte kinderen en dan ga je inventariseren wat ze nou echt nodig hebben. Dan organiseer je passende zorg vanuit hun behoeften. Ik ben er van overtuigd dat je dan ook uitkomt bij een zorg die goedkoper is, maar dan wel gereorganiseerd vanuit een menselijk oogpunt en niet vanuit de drang om complexe systemen te hervormen.
Als je als overheid bereid bent om zorg aantrekkelijk te maken, dan pas geef je een krachtige boodschap af over het belang ervan.
Doe je dat niet, dan is de term participatiemaatschappij niet meer dan een ethisch appèl. Een rookgordijn, waarachter je probeert te verbergen dat de zorg verschraalt. Dat je als bestuurder andere keuzes maakt. Als je wel van mensen verlangt dat ze zich meer gaan inspannen maar als daar geen enkele waardering, in wat voor vorm dan ook, tegenover staat, dan blijft bij mij de participatiemaatschappij vooral geassocieerd met ‘zoek het zelf maar allemaal uit en verwacht van ons geen enkele steun’.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten