donderdag 16 oktober 2014

Ode aan een vogel.

 “Hé, Pelle”, zei ik vanmorgen, “we hebben een kat in de tuin”. Samen gingen we kijken en toen zagen we niet alleen een kat, maar ook een vogel. Een grote ekster. Die kon niet meer vliegen. Zijn staart was kapot en zijn veren ook. Kennelijk had de kat hem goed te pakken gehad. Hij hupte een paar centimeters weg, om zich te beschermen tegen zijn belager. Die had ineens geen belangstelling meer en klom over de schutting naar de achterburen. De vogel bleef alleen en hulpeloos achter. Een akelig gezicht.
Pelle vroeg mij wat er allemaal gebeurd kon zijn en wilde het naspelen. Ik de kat en hij de vogel. Dat hebben we even gedaan, maar hij wilde snel stoppen. Hij liep daarna steeds een beetje heen en weer tussen de bank en het raam en bedacht allerlei plannetjes om de vogel te redden en te troosten. We konden hem naar binnen halen, 112 of een dierenarts bellen, hij zou hem kunnen gaan aaien of een worm geven. Maar dat laatste was misschien ook wel een beetje gek. Samen lieve woordjes zeggen (mijn idee) hebben we wel gedaan. Pelle bleef  kijken “ik blijf nog even 2 minuten bij de vogel” en ging dan weer terug, de kamer in.
Elke keer als hij dan weer keek was de vogel een beetje anders. Dunner, vond Pelle, en daarna lag hij ineens. En toen lag hij weer anders. Af en toe bewoog hij nog even.
Pelle ging ook zelf op de grond liggen, om te voelen hoe dat was. Op een gegeven moment zei hij:  “De vogel is dood. Dat voel ik gewoon. Nou ja, ik ben een kleine 100 procent zeker”. En ja, hij had gelijk. Er bewoog niets meer. Ook niet een klein beetje.
Samen hebben we de vogel begraven en er een steentje bij gelegd. Eigenlijk is zo’n steentje niet zo mooi, zei hij vanavond aan tafel. Een kaarsje is beter. Nou, dan zetten we dat morgen neer. Als teken van zijn compassie.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten