maandag 23 maart 2015

Cursus, vervolg.

Wat betekent de cursus van vorige week nu voor ons thuisprogramma? Ik heb daar wel ideeën over, maar niet alles is al helemaal uitgekristalliseerd. We spelen al jaren en wat we doen is voor een groot deel gebaseerd op alles wat ik me over de SonRise methode heb eigen gemaakt: onbevangen spelen, zonder druk, maar wel met een aantal doelen in je achterhoofd. We doen niet zomaar wat, we proberen Pelle iets te leren, op een liefdevolle en creatieve manier. Door contact met hem te maken en hem in zijn eigenheid te respecteren. Het is een holistische benadering en daarom voor mij aantrekkelijk: een weerspiegeling van het leven. Het voelt als een heel natuurlijk proces. Veel van wat we doen is ook intuïtief. Onze doelen zijn op maat gesneden voor Pelle en ze zijn vrij algemeen: zelfstandig spelen (met speelgoed), spelen met andere kinderen, leren tekenen en knutselen, oogcontact, mimiek. Ze zijn losjes gebaseerd op het ontwikkelingsmodel van SonRise en op onze eigen inzichten en ervaring. (Ik zeg steeds ‘we’ en ‘ons’ omdat ik het niet alleen doe. Samen met Mark en de spelers vormen we een team). En, wat ik heel belangrijk vind: de doelen zijn niet heilig. De weg er naar toe is waardevol en op pad zijn geeft veel vreugde en voldoening. Bovendien is er niet één benadering die zaligmakend is. Steven Wertz pleit ervoor om het beste van allerlei methodes in te zetten en daar ben ik het helemaal mee eens.
Wat ik naar aanleiding van de cursus wil gaan doen, is om onze doelen wat meer onder de loep te nemen en om nog wat meer dingen te gaan onderzoeken. Zodat we wat concreter kunnen worden en ook de groei van Pelle wat beter in kaart kunnen brengen. Ik hoop dat ik dan ook sterk in mijn schoenen sta voor het huiskamergesprek over het PGB, dit najaar.
Ik ga daarvoor een nieuwe vragen/observatielijst gebruiken als richtlijn, die wat gedetailleerder is als die van SonRise en waarin ook cognitieve vaardigheden zijn opgenomen. Want misschien zien we ook wel dingen over het hoofd. Zo’n lijst kan ons ook helpen om wat specifieker na te denken over bijvoorbeeld een doel als ‘spelen met andere kinderen’. Wat heeft hij allemaal nodig om dat te kunnen? En waar zitten de gaten in zijn ontwikkeling? Kijkt hij naar andere kinderen? Kan hij hun gebaren en gezichtsuitdrukkingen interpreteren? Kan hij ze imiteren? Kan hij een plannetje maken in dat inbrengen? Heeft hij genoeg spelideeën? Kan hij snel genoeg schakelen? Aansluiten bij de fantasie van de ander? Enz. enz.
Als we meer weten over al die afzonderlijke dingen kunnen we hem  ook stimuleren die vaardigheden te ontwikkelen op een andere manier dan via spel, wanneer dat effectiever is.
Doelen opsplitsen dus, kijken wat hij nog niet kan en hem daarbij ondersteunen. Andere manier dan spel inzetten zoals leuke oefeningen aan tafel. Hem foto's laten zien van verschillende gezichtsuitdrukkingen en die benoemen. Ik zit ook te denken aan plaatjes van bv. Shaun het schaap. Want die heeft een non-verbale expressie!. We kunnen er nog veel meer leuks van maken door ook zelf verhaaltjes te gaan verzinnen en daar bijpassende gezichtsuitdrukkingen bij te gaan verzamelen.
Als met al wordt ons programma dan concreter en zijn wereld nog rijker aan ervaringen.
Hoe het upgraden van ons programma er in de praktijk uit zal komen te zien weet ik nu nog niet, maar daar zal ik over blijven schrijven, de komende maanden. En over de andere dingen die ik waardevol vind, zoals het versterken van zijn creativiteit en probleemoplossend gedrag.
De volgende post gaat over een ander stuk dat tijdens de cursus aan de orde kwam, nl. probleemgedrag. Heeft Pelle dat? En zo ja, hoe ga ik dat aanpakken?
Wordt vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten