donderdag 30 juni 2016

Geschenk.

Het is 2009. De kleuters uit de klas van Pelle gaan op bezoek bij de Albert Heyn in het dorp en ik ga mee als extra hulp. Keurig hand-in-hand gaan de kinderen op weg en eenmaal in de winkel verzamelen ze fruit en komen ze er achter dat de grote ronde kazen op de afdeling allemaal nep zijn. Bij de kassa volgen de kleintjes de instructies van de medewerkster: het fruit moet op het glazen plaatje, want dan wordt het gewogen en dan weten ze in de winkel hoeveel je ervoor moet betalen. De kinderen zijn opgewonden en vol interesse. Behalve één. Die van mij. Hij luistert niet de kassière en is de enige bij wie het fruit niet op het plaatje beland. Als we later in de klas zijn merk ik hoe alles langs hem heen lijkt te glijden: de verhalen van de juf, het gepraat van de andere kinderen. Ik voel me ellendig en fiets snel naar huis. Ik kan het niet langer aanzien. Mijn zoon, zó anders. Dit wil ik niet.

Het is 2106 en de klas van Pelle gaat naar buiten. Ik help mee om 40 9- en 10-jarigen een beetje in het gareel te houden. In een ongeordende massa lopen we over de zandweg naar een landje niet ver van school. De kinderen joelen, maken grapjes en plagen elkaar. Pelle loopt naast me en wil met mij over de reis naar New York praten. Ik zeg dat we dat later weer doen, dat ik me nu wil concentreren op iets anders, namelijk het bekijken van plantjes en beestjes. Bij het landje aangekomen wordt het een drukte van belang. De kinderen zijn actief met schepnetjes, emmertjes en kaarten waarop ze kunnen zoeken naar het juiste dier. Behalve één. Die van mij. Hij eet zijn boterhammen op en praat met één van de andere moeders. Over onze reis naar New York. Ik glimlach. Mijn zoon, zo anders. En toch hoort hij er helemaal bij. Wat is hij een geschenk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten